Laatst was er een studente geneeskunde bij me op bezoek. Ze wilde graag eens praten over iets wat we naast geneeskunde nog meer gemeen hebben: een dwangstoornis. Er zijn veel mensen die daarover een gesprek met me willen hebben. Ik doe dat graag, maar het zijn er meer dan ik kan behappen. Dus probeer ik het te begrenzen, maar de grenzen zijn eerlijk gezegd nogal vloeibaar.
Ze smelten als iemand heel erg in nood zit of na een eerste afwijzing vraagt de hand nog eens over mijn hart te strijken of ook in de zorg werkt of ooit eerder bij mij geweest is of iemand kent die ik ook ken of toch wil komen ook al zeg ik dat ik geen wonderdokter ben of hetzelfde type dwang heeft als ik. Het knaagt een beetje dat ik niet alle uitzonderingen opnoem en dat is iets wat deze studente heel goed zou begrijpen. Ook zij was obsessief allergisch voor onvolledigheid, een vorm van de dwangstoornis die al in 1903 is beschreven door Janet, maar tot recentelijk in de vergetelheid was geraakt. Ik liet haar een paar schriften van me zien vol met lijstjes. Lijstjes van dingen die ik nog wil doen, moet doen, moet onthouden of gewoon vastgelegd wil hebben. Heel herkenbaar voor haar. In die schriften staan ook allemaal beregoede tips.

Go with the flow.

Als je een gedachtestroom vastlegt, is het geen stroom meer.

Oefen vertrouwen in plaats van beheersen.

Wat belangrijk is, komt wel weer.

Don’t push the river, it flows by itself.

Loslaten wordt mijn nieuwe houvast.

Let it be.

Goed schrijven is schrappen, goed leven ook.

Stop met streven, begin met leven.

Allemaal vaardigheden om los te laten en te vertrouwen, die ik dus wil vasthouden en bang ben te vergeten.

De mooiste tussen de volheid van alles wat moet en kan vond ik toch wel deze: ‘Zoek de leegte eens op!’

Mijn moeder had in haar slaapkamer een tegeltje: ‘Tob niet. Het komt toch anders.’ Mijn zus heeft dat op een gegeven moment van de muur gehaald. Ze vond het contrast met de realiteit te schril. Mijn moeder deed na het overlijden van mijn vader en later mijn broer niet anders dan piekeren over de beren op haar levensweg. Dat tegeltje legde de lat te hoog.

Nu is het mooie van de tip aan mijzelf dat daarmee rekening is gehouden. De leegte opzoeken kan altijd. Of je er komt, is vers twee. Als ik weer eens dreig te verdrinken in de veelheid des levens, dan helpt Dineke, mijn vrouw, me om te bedenken waaraan ik prioriteit wil geven in de luttele 30 jaar die me nog rest. Politiek en het zorgstelsel horen daar niet bij. ‘Niet je corebusiness’, probeert ze me eraan te herinneren, als ik er toch weer in duik. ‘Dit is echt de allerlaatste blog erover’, roep ik dan.

Ja, verslaving is hardnekkig en dat geldt ook voor verslaving aan volledigheid. Maar je hoort soms dat iemand het licht ziet, zelfs bij een heroïneverslaving. Dat hij na dertig jaar opeens de knop kan omzetten.

Dus:

Als er geen blogs van mij meer verschijnen over politiek dan heb ik het licht gezien.

Zolang ze nog wel verschijnen ben ik nog op zoek naar de leegte.

Als er helemaal geen blogs meer komen, dan heb ik die leegte gevonden. Want een nogal paradoxale wijsheid van Lao-Tse zegt immers: Zij die weten, spreken niet; zij die spreken, weten niet.

PS> Over die allergie voor onvolkomenheid móet ik beslist nog eens een wetenschappelijk artikel schrijven. Misschien is dat wel de kern van OCD.
gepubliceerd op Medisch Contact op 18 september 2018
Categorieën: OCDBlogs

Menno Oosterhoff

Psychiater, spreker en schrijver van het boek Vals Alarm.

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op