Het ministerie van VWS start een propagandacampagne over de zorg die per 1 januari drastisch gaat veranderen. Veel zorg, zoals de jeugdzorg inclusief de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen, wordt overgedragen aan de gemeentes.

Een gigantische en riskante operatie, waarvan nog maar zeer de vraag is of deze succesvol zal verlopen. Ondertussen is er nog een andere ontwikkeling, die minstens even riskant is, maar waaraan veel minder aandacht besteed wordt: de steeds grotere macht die de regering geeft aan de zorgverzekeraars in haar (tot nu toe weinig succesvolle) poging de kosten van de gezondheidszorg te beteugelen.
Op papier ziet het erg goed uit. De klant is koning en let wel op kwaliteit en prijs. Dus als je de zorg wilt verbeteren, laat dan de markt zijn werk doen. Dat zowel de praktijk als onderzoek uitwijst dat dit zo niet werkt, mag de pret niet drukken.

Om te beginnen: wie is de klant? De patiënt natuurlijk. Maar heeft die iets te zeggen dan?
Ja hoor, roepen voorstanders van marktwerking blij. Hij kan stemmen met zijn voeten. Bedoeld wordt: weglopen van een zorgverzekering die hem niet bevalt.
Klopt.
Dat kan.
Eén keer per jaar.
En niet door mensen die door een uitkering vastzitten aan de verzekering waarmee bijvoorbeeld hun gemeente een contract heeft.
En erg onhandig als je via je werk een collectieve verzekering hebt.
Of als je aanvullende verzekeringen nodig hebt, want daarvoor is geen acceptatieplicht.
Bovendien is het bijna niet uit te maken welke verzekering de kwaliteit levert die jij zoekt. Dus de meeste mensen beginnen er niet aan.
Bovendien hebben vier verzekeraars 90 procent van de markt in handen. En besteden ze honderden miljoenen aan reclame om te zorgen dat dat zo blijft.

Nou ja, als de zorg maar goedkoper wordt, zult u zeggen. Nou, tot nu toe voor de patiënt niet. Het verplichte eigen risico steeg van 155 euro in 2009 naar 375 euro in 2015. Ja, dat is meer dan 100 procent. Voor mensen met een laag inkomen is dat erg veel. Er treedt dan ook zorgmijding op. De premies zijn ongeveer hetzelfde gebleven. Het aantal mensen die de premies niet kunnen betalen stijgt snel. De reserve van de zorgverzekeraars is intussen met miljarden toegenomen tot bijna 10 miljard, miljarden meer dan vereist. Zelf risico lopen, daar houden verzekeraars niet van.

En de kwaliteit dan? De geestelijke gezondheidszorg kan ik het beste beoordelen. Daar tekent zich een somber stemmend beeld af. Kwaliteit bepalen in de gezondheidszorg is niet eenvoudig en in de geestelijke gezondheidszorg al helemaal niet. De zorgverzekeraar gaat daar niet op wachten en hanteert zo haar eigen normen. Daarbij wordt ontzettend veel opgehangen aan cijfers (ROM voor de ingewijden), waarvan de hoogleraren psychiatrie eensgezind hebben gezegd dat het volstrekt onwetenschappelijk is daarop kwaliteit te vergelijken. Zorgaanbieders krijgen boetes als ze er niet aan mee werken. Daarnaast is de vergoeding en het bepalen van de kwaliteit volledig gebaseerd op de DSM-classificatie, die daarvoor nimmer is bedoeld en zeker niet geschikt voor is. Bepaalde behandelingen worden niet meer vergoed, op basis van een onjuiste interpretatie van evidencebased medicine als proof restricted medicine. Zorg van bepaalde aandoeningen wordt niet meer vergoed of nog maar heel kort, omdat de verzekeraar per decreet uitvaardigt dat dat niet zinvol is. Er worden geen contracten meer afgesloten met veel zorgaanbieders omdat ze niet voldoen aan kwaliteitscriteria, die de zorgverzekeraars met een natte vinger hebben opgesteld. Zorgaanbieders klagen over wurgcontracten en arrogantie van de macht, maar niet hardop, want kinderen die klagen worden overgeslagen.

En dit is nog maar het begin.
Er worden eisen gesteld aan het hoofdbehandelaarschap waaraan nooit voldaan kan worden. Op die manier zal de specialistische ggz fors moeten krimpen, wat de bedoeling wel zal zijn. Veel patiënten moeten dan naar andere vormen van hulp zoals de basis-ggz en de praktijkondersteuner van de huisarts. Goedkoper, maar volgens deskundigen voor veel problematiek een te lichte vorm van hulp. De zorgverzekeraar vindt dat dat prima kan.

Als de eerste kamer akkoord gaat met aanpassing van art. 13 van de zorgverzekeringswet dan wordt de macht van de zorgverzekeraars helemaal onbegrensd. Ze mogen dan polissen aanbieden die alleen nog die zorg vergoeden die zij inkopen. Weg vrije artsenkeuze. Als extraatje ligt er nog een wetsvoorstel om zorgverzekeraars inzage te geven in de dossiers, zodat ze beter fraude kunnen opsporen. Een door de minister zelf ingestelde commissie raadde dat af, maar als een advies je niet bevalt dan negeer je het toch gewoon?
De bureaucratie om als instelling te bepalen aan wie welke zorg geleverd mag worden onder welke voorwaarden neemt schrikbarend toe. De onderhandelingen met de zorgverzekeraar kosten enorm veel tijd en dus geld. Daarnaast investeren sommige instellingen veel geld aan goed voor de dag komen, wat met echte kwaliteit weinig te maken heeft.

Nu al bemoeien zorgverzekeraars zich met de inhoud van de zorg. Als de wijziging van art. 13 in de eerste kamer wordt aangenomen dan zijn ze heer en meester en kan niemand meer enig tegenspel bieden. De patiënt wordt hier beslist niet beter van. Zorgaanbieders staan dan compleet machteloos. Het enige wat we dan nog kunnen doen is verzuchten: verlos ons van de zorgverzekeraar. En, als het kan, ook van minister Schippers.

Gepubliceerd op Medisch Contact op 20 oktober 2014.

Menno Oosterhoff

Psychiater, spreker en schrijver van het boek Vals Alarm.