Nog nooit heb ik tegen een patiënt gezegd dat hij uitbehandeld was. Ik hou niet van dat woord, zeker niet in de psychiatrie. Ik heb wel eens gezegd: ‘Ik kan je niet beter maken’, maar daar heb ik toen aan toegevoegd, ‘maar dat kan ik heel lang volhouden’. Dat was bij een patiënt die er juist moeite mee had dat iedereen steeds van alles wilde behandelen, terwijl hijzelf daar – terecht – helemaal niks meer van verwachtte.
Wat ik ermee wilde aangeven was dat er slechts in sommige gevallen sprake is van genezen, vaak van verlichten, maar altijd van troosten. (Zie dit artikel voor de oorsprong van dit adagium). Ik zie alle drie als vormen van behandelen en zal daarom de term uitbehandeld niet gauw gebruiken.

Dat neemt niet weg dat ik het niet eenvoudig vind ermee om te gaan als ik aan de grenzen kom van wat ik aan genezing of verlichting kan bieden. Want die grenzen zijn er natuurlijk. Wat doen we als we het hele behandelprotocol hebben doorlopen en de klachten zijn er nog steeds?

Vroeger spraken we dan nog wel van een steunend contact. Laagfrequent en langdurig steun bieden om het draaglijk te houden. Daar bleek ook uit dat je mensen niet opgaf. Tegenwoordig is dat administratief vrijwel onmogelijk gemaakt. Jaarlijks moet er een nieuwe dbc geopend worden en moet de patiënt zijn eigen bijdrage betalen. Ik krijg al berichtjes van de administratie als er 45 dagen geen contact is geweest: of ik maar even wil afsluiten of anders een nieuwe afspraak wil maken. Nee, ik wil niet afsluiten en ook geen nieuwe afspraak maken. Ik wil het contact openhouden, zodat de patiënt een afspraak kan maken als hij daar behoefte aan heeft. Maar dit past niet in het huidige denken. Het moet snel en liefst meetbaar resultaat opleveren.

Om deze redenen ben ik ooit gestopt om levensloopbegeleiding bij mensen met autismespectrumstoornissen verder te ontwikkelen. Alleen het woord begeleiding was al taboe, want dan is het geen cure maar care en hoort het bij de Wmo.

Toch denk ik dat er veel winst te behalen zou zijn, als we meer zouden doen aan palliatieve psychiatrie. Ik sta open voor een beter woord, want palliatie betekent weliswaar verzachten van het lijden waar geen genezing mogelijk is, maar het is toch erg verbonden met het levenseinde. Revalidatiepsychiatrie zou ook te overwegen zijn, want in de revalidatiegeneeskunde gaat het er ook om ervoor te zorgen dat een beperking zo min mogelijk lijden tot gevolg heeft. Maar revalidatie staat ook voor herstel. En het ging er nu juist om dat herstel niet mogelijk is.

Dat is ook mijn bezwaar tegen de herstelbeweging binnen de psychiatrie. Ik ben niet tegen wat ze voorstaan, maar tegen het woord herstel. Dat suggereert mij te veel genezing. Ik denk er tegenwoordig maar achteraan (herstel) van respect en perspectief, want daar gaat het om. Mensen kunnen een boel narigheid verdragen, als ze een beetje perspectief hebben. Hoop doet leven, zelfs valse hoop. In uitbehandeld zijn is weinig hoop te vinden. Daarom gebruik ik dat woord niet.

gepubliceerd op Medisch contact op 02 oktober 2019

Menno Oosterhoff

Psychiater, spreker en schrijver van het boek Vals Alarm.

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op