En niet een beetje minder. Ook als je corrigeert voor lichaamsgewicht en lengte dan nog is een vrouwenbrein gemiddeld 8 procent lichter, ongeveer een ons. Een ons is veel op 1400 gram. We verliezen jaarlijks 2 gram aan hersengewicht en zelfs dat merken we al in een achteruitgang van psychische functies. Dus 100 gram is veel en daar komt nog bij, dat het verschil in aantal zenuwcellen in de grote hersenen zelfs nog groter is, namelijk 17 procent.

En niet een beetje minder. Ook als je corrigeert voor lichaamsgewicht en lengte dan nog is een vrouwenbrein gemiddeld 8 procent lichter, ongeveer een ons. Een ons is veel op 1400 gram. We verliezen jaarlijks 2 gram aan hersengewicht en zelfs dat merken we al in een achteruitgang van psychische functies. Dus 100 gram is veel en daar komt nog bij, dat het verschil in aantal zenuwcellen in de grote hersenen zelfs nog groter is, namelijk 17 procent.

Mannen hebben gemiddeld 23 miljard zenuwcellen in de grote hersenen en vrouwen 19 miljard.1 Als ik een vrouw was dan zou ik ongemakkelijk worden van deze getallen, maar dat blijkt nergens voor nodig. Het is wel typisch vrouwelijk overigens. Mannen overschatten over het algemeen hun kunnen en vrouwen onderschatten het.2

Maar réden tot zorg is er niet, althans niet voor vrouwen. De verstandelijke vermogens zijn wel anders, maar niet minder. En de verschillen zijn daarbij ook nog eens klein, lang geen 8 of 17 procent. En even vaak ten gunste van de vrouw als van de man. Dus vrouwen zijn even slim met minder hersenen. Wie is er nu dom bezig? Je vraagt je af waarom ze nog van die grote mannenhersenen maken.

Hoe doen ze dat, die vrouwenhersenen? Ze zijn actiever en ze hebben meer verbindingen. Een vriendin van me had ooit als stelling bij haar proefschrift: ‘Mannen zijn op te vatten als de turbo-uitvoering van de mens’. Wat flitsender, wat sneller, maar ook sneller stuk. Dat laatste klopt, maar verder zijn mannen mogelijk dus meer diesels. Interessant, denk je misschien, maar heeft een mannenbrein dit allemaal uitgezocht? Nou nee dus. Ik heb het uit het nieuwste boek van Iris Sommer, Het vrouwenbrein.3 Daarin worden allerlei verschillen besproken. Deels zijn die verschillen door genetische factoren bepaald, al dan niet via verschillen in immuun- en stresssysteem. Maar ook maatschappelijke factoren dragen eraan bij. Want je hersenen veranderen ook door wat je meemaakt.

Dat betekent niet dat het allemaal in beton gegoten is. Sommige dingen natuurlijk wel zoals je seksuele voorkeur. Maar andere dingen zijn zeker te veranderen. Zonder prekerig te worden wordt in het boek gepleit voor meer gendergelijkheid. Er gaat zoveel capaciteit verloren doordat we nog steeds te strikt denken in man-vrouw-stereotypen. Maar er is al wel veel veranderd. Toen ik coassistent was – eind jaren ‘70 – was de enige vrouwelijke chirurg in opleiding nog een bezienswaardigheid.

Naar aanleiding van mijn vorige blog ‘Seks’ werd ik benaderd door mensen die seksuele functieproblemen hebben ten gevolge van het gebruik van SSRI’S.4 Daarbij kwamen ook verschillen tussen mannen en vrouwen aan de orde. Ik dacht daarover in het boek wel het nodige te vinden. Maar dat viel tegen. Het boek gaat wel in op het verschil in reactie op medicatie, maar over verschillend omgaan met en beleven van seks in zijn algemeenheid was weinig te vinden. Maar dat me dat opvalt zal wel weer typisch een mannenbreindingetje zijn. Verder zeker een aanrader, ook als je zelf een log mannenbrein hebt.5

Voetnoten

  1. Het totaal aantal zenuwcellen bedraagt ruim 80 miljard, maar het merendeel daarvan zit in de kleine hersenen.
  2. Daarbij spelen naast hormonen ook maatschappelijke invloeden, zoals rolpatronen een rol.
  3. Het boek Het vrouwenbrein van Iris Sommer
  4. Selective serotonin re-uptake inhibitor. Word veel gebruikt bij depressies, angststoornissen en OCD
  5. Wat misschien wel meer geschikt is voor actie, die veel focus vereist
gepubliceerd op medisch contact op 25 februari 2021

Menno Oosterhoff

Psychiater, spreker en schrijver van het boek Vals Alarm.