Huisarts Van Beek belt. Hij wil Ellen verwijzen, een 17-jarig meisje, dat overmatig vaak haar handen wast. Moeder had van de Angst- Dwang en Fobiestichting begrepen, dat ons centrum daarin gespecialiseerd is.
‘Dat klopt, maarre… waar woont het meisje?’ In Veendam.

‘Het spijt me. De gemeente Veendam heeft geen zorg ingekocht bij ons. Ze kan zich melden bij het jeugdaanmeldpunt Veendam.’

Veendam is voor moeder geen optie. Haar ex-man werkt bij de gemeente en ze wil niet dat hij hiervan weet. De vader van het meisje woont in Ten Boer. Gemeente Ten Boer heeft wel een contract met mijn instelling. Dus als het meisje bij vader ingeschreven kan worden? Vader belt een dag later. Hij is verontwaardigd, maar stemt uiteindelijk toe.

Ik bel moeder voor een afspraak. Wel moet er nog een formele aanmelding plaats vinden in de gemeente Ten Boer. Moeder geeft aan, dat haar dochter zich erg schaamt voor haar probleem. Ik zeg dat ze zich kan beroepen op de verwijzing door de huisarts.

De volgende dag word ik gebeld door de financiële administratie. De gemeente Ten Boer heeft zich beklaagd over mijn advies het meisje in Ten Boer in te schrijven. Nu zit de gemeente met de kosten. Als dit regel wordt, dan overwegen ze het contract met onze instelling volgend jaar niet te verlengen.

Weer een dag later. Een telefoontje van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Of ik het meisje geadviseerd heb niks te zeggen.Ik leg uit dat ze zich erg schaamt voor haar klachten en dat ik gezegd heb, dat ze kan zeggen, dat de verwijzing al rond is, omdat de huisarts heeft verwezen. De meneer aan de andere kant van de lijn wordt boos. Hij verwijt mij kokerdenken. Hij gaat een hele tijd tegen mij tekeer. Ik bijt mijn tong af en luister het aan. Na een tijdje kalmeert hij en zegt het door te sturen naar het bureau verleningsbeschikkingen.

Ondertussen zie ik Ellen. Haar probleem is een klassiek verhaal van smetvrees en wasdwang. Ik begin met gedragstherapie. Er is een orthopedagoog, die hier goed in is, maar ik weet niet of zij hoofdbehandelaar mag zijn. Er zijn regels van de minister over wie in de basis GGZ en wie in de specialistische GGZ hoofdbehandelaar mag zijn, maar gelden die regels ook in de jeugdhulp? Twee weken later krijg ik de verleningsbeschikking van de gemeente, eerst voor acht zittingen. Daarna moet ik gemotiveerd verlenging aanvragen.

Het gaat ondertussen niet echt goed met Ellen. Ze is somber en in een weekend vertelt ze zelfmoordgedachten te hebben. Moeder belt de huisartsenpost. Die verwijst naar de crisisdienst van de jeugdhulp. Goed, maar welke? Veendam of Ten Boer? Helaas heeft de gemeente Ten Boer geen contract gesloten voor crisisdienst met onze instelling, dus komt ze elders terecht. Daar geven ze haar medicatie voor de nacht en het advies zich maandag bij mij te melden.

Maandag word ik gebeld door de betreffende instelling. Ze zijn boos, dat ik geen verslag van mijn onderzoek gestuurd had aan het Centrum Jeugd en Gezin van de gemeente Ten Boer.

Ik leg uit dat ik de huisarts een brief gestuurd heb. Of ik in het vervolg het Centrum voor Jeugd en Gezin op de hoogte wil brengen. Ik geef aan, dat ik niet weet of dat gezien de geheimhouding wel mag, maar daar heeft hij weinig begrip voor.

Na de crisis in het weekend spreek ik Ellen zelf op maandag. Ik vind haar zo depressief, dat ik haar wil opnemen om in te stellen op medicatie. Ik bel de gemeente Ten Boer.

Opname? Nee, dat is bovenregionaal ingekocht. Ik moet het regiokantoor bellen, maar er moet nog wel een verleningsbeschikking komen van hen. Voor een opname moet ik dat schriftelijk aanvragen.

Formeel beslist de gemeenteraad over opnames, maar in de praktijk wordt het afgehandeld door de afdeling verleningsbeschikkingen. Nee, ze kan niet uitsluiten dat het in de gemeenteraad wordt besproken, maar meestal is dat niet het geval.

Ellen wordt opgenomen. Drie week later belt ze me huilend op. Ze is met ontslag, maar ze moet nu eerst naar een programma voor ex-opgenomen patiënten ‘Verder op eigen kracht’.

Pas als dat niet helpt kan ze weer naar de gedragstherapie. Ik bel de bureaudienst. De mevrouw van de bureaudienst is alleraardigst. Als ik denk dat gedragstherapie echt nodig is, dan kan ik de eerdere verleningsbeschikking reactiveren. Wel geeft ze aan dat er vanaf nu een regisseur bij betrokken is. Er is nu immers sprake van medicatiecontrole bij mij, gedragstherapie en ‘Verder op eigen kracht’. Vandaar de regisseur. De regisseur belt al de volgende dag. Hij nodigt mij uit voor een ‘Eén gezin-één plan’ bespreking. Ik vraag hem even te wachten, bonk met mijn hoofd tegen de muur en sta hem daarna weer te woord.

Direct nadat ik opgelegd heb word ik weer gebeld. Ditmaal is het de ziektekostenverzekering. ‘Ja, het meisje staat bij haar moeder op de verzekering, maar ze woont bij haar vader. Wij moeten nu de medicatie betalen, maar ze woont toch bij vader?’

Gelukkig gaat het met inmmiddels Ellen beter, maar zij blijft dwangmatig piekeren over een mogelijke besmetting. Eenmalige geruststelling door een kinderarts wil nog wel eens helpen, dus ik bel. De kinderarts is terughoudend. Er is de laatste tijd een grote toeloop van psychische problematiek en de verzekering heeft vragen gesteld.

Hoewel Ellen intussen verder opknapt heeft ze bijwerkingen op de medicatie. Ik overweeg een ander middel, maar wil graag dat een collega van een ander gespecialiseerd centrum haar een keer ziet. Ik bel met de gemeente. Zij verwijzen me naar het informatiecentrum landelijke inkoop. Ja, zij kopen landelijk zeer gespecialiseerde hulp in. Nee, dit centrum zit daar niet bij, maar de gemeente kan een persoonsgebonden budget afgeven.

Met lood in de schoenen bel ik weer de gemeente. Ja, dat kan, maar het PGB-budget voor dit jaar is op, maar gelukkig is het al december. Ik bel alvast mijn collega voor een afspraak. Ze zijn helaas failliet. Ze hadden patiënten uit het hele land, maar ze konden niet met alle gemeentes contracten afsluiten. Nee, hij werkt zelf nu in de zorg voor volwassenen.

Om mee te delen dat de PGB-aanvraag gestopt kan worden bel ik vader. Oké, nou hij me toch aan de lijn heeft… Hij moet verhuizen voor zijn werk. Ellen wordt ingeschreven bij haar moeder. Misschien dat ik de behandeling dan over kan dragen aan een behandelaar van de gemeente Veendam.

Moeder komt de volgende keer met Ellen mee. Ze geeft aan, dat ze naar een privépraktijk zullen gaan. Dat kost wel het nodige, maar dat heeft ze er wel voor over. Dezelfde middag laat mijn gedragstherapeute weten dat ze helaas ander werk heeft. Ja, ze gaat in een privé-instelling werken. Ja, het is jammer dat alleen kinderen van welgestelde mensen daarvan gebruik kunnen maken. Maar zij kan er niet meer tegen, zoals het in de publieke zorg gaat. Ik bel mijn pensioenadviseur.

Naschrift

Er is in de Tweede Kamer (bijna) een jeugdwet aangenomen die gezondheidszorg voor kinderen onderbrengt bij de gemeente. Omwille van de leesbaarheid heb ik veel dingen die kunnen gebeuren in één voorbeeld bij elkaar laten komen. Alhoewel fictief, zijn de beschreven voorvallen stuk voor stuk reëel al de nieuwe Jeugdwet wordt aangenomen. Ik kan er nog veel meer bedenken. Ik laat me graag corrigeren. Zeg me dat het niet zo zal gaan.
De petitie www.petitiejeugdggz.nl is al 55.000 keer ondertekend.

  • Gepubliceerd op Artsennet op 16 oktober 2013.
  • De petitie is gesloten op 19 februari 2014 met 96.209 handtekeningen.

Menno Oosterhoff

Psychiater, spreker en schrijver van het boek Vals Alarm.